Van Pastoraat naar 'nadenken over Geloof'

"Hallo .... !"

Na een aantal jaren aandacht gehad te hebben voor het pastoraat in de vorm van een briefwisseling tussen Piet en Bert is er nu een rubriek, bedoeld voor mensen die willen nadenken over het geloof 'zonder last of ruggespraak', oftewel 'met de benen op tafel'.

Dat betekent, dat we ruimte willen hebben om na te denken over alle aspecten en vragen, die te maken hebben met het geloof.
Vanuit de gedachte, dat je alles kunt en mag benoemen, zonder oordeel, op zoek naar wat voor jou van betekenis is.
met de mogelijkheid en de bereidheid om daarop verder bevraagd te worden.
Daarom steeds een voorzet met wat gedachten, waarop dan gereageerd kan worden.

Een uitdaging voor ons, maar ook een uitnodiging aan al onze lezers.

(voor de verhalen totnutoe over Het ontdekken van 'God' + reacties zie Het_ontdekken_van_God_1.pdf en Het_ontdekken_van_God_2.pdf en Het_ontdekken_van_God_3__reactie.pdf; Gods_Almacht_en_het_Verhaal_van_God.pdf
enz.

Lichaam, ziel en geest

Ik wil nog even wat doordenken over een paar begrippen, die we in het dagelijkse leven wel vaak gebruiken, maar als je ze van dichtbij probeert te omschrijven of probeert met elkaar in verband te brengen blijkt dat toch heel erg moeilijk te zijn. Zeker als je ook nog de vraag stelt hoe dat er uit ziet in het licht van het verhaal van God. Want wat bedoelen we precies met ‘lichaam’ ’ziel’ en ‘geest’?
Zo heel oppervlakkig zou je kunnen zeggen:
   - met ‘lichaam’ bedoel ik ‘mijn lijf’, oftewel alles wat op de één of andere manier
     zintuigelijk waar te nemen is: het uiterlijk, het gedrag en de waarneembare
     emoties (in de vorm van houding, uitdrukkingen van mijn lijf en gedrag). 
   - met ‘ziel’ wordt het al wat moeilijker: dan varieert de omschrijving van ‘mijn
     wezen’
, ‘zetel van het gevoel’, ‘mijn hart’, enz.
   - bij ‘geest’ denk je al gauw aan het denken, maar ook wel een beetje aan
     je identiteit. Ik ben opgevoed met de gedachte, dat na de dood het lichaam
     zal vergaan in de aarde en dat de ziel dan naar de hemel gaat en vervolgens
     dat er dan een nieuw lichaam komt. Wat er met de geest gebeurt, is dan een
     raadsel.
Hoe zit het dan met het feit, dat het toch om één en dezelfde mens gaat?
Is dit dan een variant op de drie-eenheid van God? Met dezelfde problematiek?
Of moet je er anders tegen aan kijken?
Maar, hoe zit het dan met de relatie tussen het één en ander?
Het gekke is, dat we in onze gewone omgangstaal wel kunnen spreken over drie verschillende soorten activiteiten van de mens, die met deze begrippen te maken hebben: denken (‘geest’), voelen (‘ziel’) en handelen (‘lichaam’), zonder dat dat op zich problemen oplevert. Ook wel aangeduid (bijvoorbeeld in de zorg en in de ‘heel de mens’- benadering) met ‘hoofd’, ‘hart’ en ‘handen’.
Misschien zit het hem er wel in, dat we vaak de woorden ‘lichaam’, ‘ziel’ en ‘geest’ gebruiken als een soort samenstelling van de mens, gecombineerd met de uitdrukking: ik heb een lichaam, een ziel en een geest. Alsof het drie vergelijkbare dingen zijn. En dat we er daarom ook in dingen- taal over spreken.
Dat vindt zijn oorsprong in de griekse filosofie in de scheiding tussen materie (‘stof’) en (onsterfelijke) ziel, met de gedachte, dat stof hoort bij de (‘zondige’) aardse wereld en ziel hoort bij de (‘verheven’, ’immateriële’) godenwereld. Die opvatting heeft om die reden ook zijn invloed gehad op het geloofsdenken in de eerste eeuwen van het Christendom.
Wat zeg ik: het werkt nog steeds door!
Eigenlijk is het veel eenvoudiger om de mens te zien als eenheid van lichaam, ziel en geest, waarbij de begrippen verschillende aspecten van het menszijn aangeven.
  - Met ‘lichaam’ kun je het aspect zintuiglijkheid benoemen. Oftewel een mens
     is een lichaam
en kan in zijn doen en laten zintuigelijk waarnemen en
     waargenomen worden.
     NB de experimenten en bevindingen van de wetenschap hebben (alleen!)
          betrekking op dit aspect van het mens-zijn. (denk ook even aan de
          bevindingen van Dr. Swaab).
  -  Met ‘ziel’ kun je het aspect van gevoelens aangeven. Oftewel een mens
     is een ziel
en kan reageren op zintuigelijke prikkels. Hij kan dingen
     in de werkelijkheid beleven. Daarbij past ook het ‘geraakt’ worden
     door iets of iemand in je belevingswereld.
  -  Met ‘geest’ kun je het aspect van denken en betekenis geven aanduiden.
     Oftewel een mens is geest en kan de werkelijkheid benoemen en
     betekenis geven. Met de bedoeling te komen tot verwachtingen in
     de toekomst. Het heeft ook iets met richting van het leven te maken. Hij
     kan besluiten om iets te doen.
Het gaat bij deze begrippen dus eerder om aspecten van het menszijn dan om af te splitsen onderdelen van de menselijke verschijning, die je dan op een wetenschappelijke manier (vaak via zintuigelijke methodiek) zou kunnen of willen ordenen.
Het eenheidsidee laat het bovengenoemde probleem met betrekking tot de vraag hoe los van elkaar staande dingen met elkaar in verbinding gebracht kunnen worden, in het niet verdwijnen.

Rondom doodgaan.
Dat geldt eigenlijk ook voor de vragen rond het doodgaan. In plaats van steeds nauwkeuriger experimenten uit te voeren om te proberen te achterhalen hoeveel de ziel van een mens weegt, nadat hij het lichaam heeft verlaten, kunnen we vaststellen, dat iemand helemaal dood gaat: ‘stof tot stof’.
Wat er na de dood gebeurt, is van een heel andere orde:
Het aspect van de ziel heeft natuurlijk alles te maken met hoe doodgaan beleefd wordt, zowel door de betrokkene als door de mensen die erom heen staan. O.a. het gevoel dat opgeroepen wordt na het overlijden, via herinneringen, beelden en/of voorwerpen.
Het aspect van de geest zou je kunnen zien in de vorm van het verhaal, dat van de overledene verteld is, en dat door de anderen ‘meegenomen’ wordt en zorgt voor blijvende herinnering en gedachten aan iemands leven(sloop).
Je zou kunnen zeggen: als je dood bent, ben je een verhaal geworden!
‘Iemand is pas echt dood, als iedereen hem vergeten is….!’
Het hemelverhaal heeft misschien wel meer te maken met het gevoel en het denken dan met de zintuigelijke werkelijkheid, en heeft zijn betekenis misschien wel meer op de aarde, voor betrokkene voor de dood en voor de nabestaanden ook na de dood van de betrokkene.
Eigenlijk hebben we het hier ook over de manier waarop de verbinding plaats vindt tussen het verhaal van God en de werkelijkheid van de mens en van alle dag. Het gaat om een concrete verbinding, te horen, te zien en te ervaren in denken, voelen en handelen (= lichaam, ziel en geest).

Lichaam, ziel en geest in de Bijbelse verhalen
We hebben het nog niet gehad over de bijbelse noties van lichaam, ziel en geest. Aangezien de bijbelse verhalen een tijd van meer dan 1000 jaar overbruggen is het geen wonder, dat we daarin ook, mede onder invloed van de ontwikkelingen in de filosofie, veranderingen zien in de betekenis en waardering van de verschillende begrippen.
Allereerst het hebreeuws
(Oude Testament): Het gaat daarbij om vlees, ziel en geest, met woorden, die (leve de Hebreeuwse taal!) ruimere betekenis en concreter op te vatten zijn dan de meer filosofische en abstracte begrippen uit de griekse en latijnse taal.
  - Vlees ( ‘basar’) = de vergankelijke werkelijkheid: ‘al het vlees is als gras’;
     'het groeit op en het verdort'
.
  - Ziel (‘nefesj’) = (bezield) leven, levende persoon. Het duidt op het als
     mens levend zijn, in staat om te reageren op wat hem overkomt.
     ‘Ziel’, ook gewoon als aanduiding voor een (levende) persoon: 
     'een plaats kent zoveel zielen’
; ‘er waren zoveel zielen aanwezig’
  - Geest (‘ruach’) = levensadem, en dan vooral in overdrachtelijke zin.
     Met als beeld ‘de wind’, die zelf niet te zien is, maar die wel een richting
     kan aangeven. Zo ook de mens in zijn denken, afwegen en keuzes
     maken. Daarmee wordt de geest ook ervaren als de kracht die de mens
     in beweging zet. Zo ook de Geest van God, die als een wind de richting
     aangeeft, bijvoorbeeld via de Thora. Thora in de betekenis van Wijzing,
     in de vorm van de geschiedenis, de vijf boeken van Mozes, en niet van
     opgelegde Wet en Regels.
In het Nieuwe Testament (dus in het grieks) worden begrippen gebruikt, die in de eerste plaats op te vatten zijn als vertaling van het hebreeuws, maar die, omdat het woorden zijn, die ook in de griekse filosofie betekenis hebben gekregen ook automatisch iets van die lading meegegeven hebben aan de woorden in het nieuwe testament. Later zijn die betekenissen zwaarder gaan wegen. Je kunt zelfs zeggen, dat in de latere tijd, en tot nu toe, de bijbelse woorden zonder meer beïnvloed zijn door de griekse filosofie. Dat komt natuurlijk doordat ook in het gewone leven en denken van mensen door de eeuwen heen die griekse filosofie maatgevend geworden is voor het denken over wezenlijke begrippen in het leven.
Wij zijn de erfgenamen van de griekse filosofie (van Plato en Aristoteles) en daarom is het heel moeilijk om in de bijbelse begrippen te zoeken naar achterliggende betekenissen, die oorspronkelijk in de hebreeuwse taal bedoeld zijn.
Om te zoeken naar de toegevoegde waarde van toen, die misschien langzaam aan verdwenen is.. Daar is nu gelukkig veel meer aandacht voor, maar blijft een moeilijke klus.
In het Nieuwe Testament komen de volgende begrippen voor:
  - Lichaam: zowel ‘vlees’ (‘sarx’) als ook het neutrale begrip 'lichaam' (‘soma’)
     als samenhangend geheel (wij kennen dat ook in de uitdrukking
     ‘een bestuurlijk lichaam’). Beide als basis in de betekenis van menselijk lichaam
     met zijn natuurlijke behoeftes.
  - Ziel (‘psyché’): ‘levend zijn’. Zowel in de betekenis van levende persoon,
     als later beïnvloed door het griekse denken van Plato. De onsterfelijke
     ziel, die verwant is met de eeuwigheid. Het onderscheid tussen
    ruach (‘geest’) en nefesj (‘ziel’) vervalt. Ziel gaat een eigen leven leiden:
     dode zielen in het dodenrijk. Zetel van menselijke gevoelens.
     De pyche verliezen betekent het verloren gaan van heel de mens.
     'Wat baat het de mens'? Psyché staat voor de persoon zelf.
     Acht zielen= acht personen
  - Geest (‘pneuma’) in de betekenis van levensadem. Het gaat dan ook om de
     menselijke geest, het denkvermogen en de keuzes die een mens maakt.
     In verbinding met de Heilige Geest gaat het om het tot leven brengen
     van het verhaal van God in het leven van de mens, in de vorm van
     zijn gedachten en zijn handelen.

Paulus brengt een verschil aan tussen leven in het vlees en naar het vlees. In het vlees leven is een gegevenheid: het wijst op de vergankelijkheid waarin wij leven, met alles wat daar bij hoort. Het leven naar het vlees betekent, dat je je keuzes daardoor laat bepalen. En dan gaat het vooral om keuzes die gericht zijn op eigen overleving, en genot (egoïstisch).  Het past bij het basisverhaal van evolutie, het volgen van natuurlijke neigingen en driften. Het feit, dat je andere keuzes kunt maken, laat zien, dat de menselijke geest zich bewust kan maken van zijn situatie, en keuzes kan maken, die in het verhaal van God te vinden zijn. Vandaar dat de mens in het vlees levend, wel naar de geest kan handelen.
Tot slot met 'vlees en bloed' wordt de mens bedoeld en benoemd als aards vergankelijk wezen.

wordt vervolgd

Comments:


Nieuwe reactie plaatsen:



(wordt niet publiekelijk getoond)

Typ de cijfers en letters uit deze afbeelding.Captcha Code